standard-title Borstvergroting

Borstvergroting

Grotere of stevige borsten geven terug zelfvertrouwen

Vele vrouwen hebben het probleem van te kleine borsten. Dit wordt als onesthetisch of onvrouwelijk ervaren.

De chirurg zal zoveel mogelijk trachten rekening te houden met de wensen van de patiënt wat de grootte en de vorm betreft.

Het model wordt bepaald door de oorspronkelijke vorm van de borst en borstkas.

Door de spanning en de zwelling die na de operatie in de weefsels optreedt, verandert het model nog minstens gedurende de eerste 6 à 12 weken na de operatie.

DE OPERATIE

De operatie vindt plaats onder algemene narcose. Ze bestaat uit het plaatsen van prothesemateriaal. Er zijn verschillende soorten borstprothesen en deze kunnen ook op verschillende manieren geplaatst worden.

De borstprothese kan op 2 verschillende niveaus geplaatst worden. Zij zit dan tussen de borstklier en borstspier. Bij patiënten met wat doorhangende borsten is dit soms aangewezen.
De prothese kan ook deels onder de borstspier geplaatst worden. Deze borstspier bedekt dan de bovenste helft van de prothese. Vooral bij magere mensen is de prothese dan in het décolleté minder opvallend.

Er bestaan vier verschillende toegangswegen langs waar men de prothese kan plaatsen:
• De eerste twee zijn ter hoogte van de tepel, waarbij een litteken rond de onderste helft van de tepel verloopt, of dwars doorheen de tepel.
• Het litteken kan ook in de top van de oksel geplaatst worden. Dit wordt meestal gebruikt bij magere patiënten waarbij de prothese niet te groot is en onder de borstspier geplaatst wordt.
• Verder kan het litteken in de plooi onder de borst geplaatst worden.

Soorten prothesen

Alle borstprothesen bestaan uit een siliconen omhulsel. De meeste prothesen hebben een ruw oppervlak, dit zijn de ‘getextureerde’ prothesen.

De meest voorkomende vulling is siliconengel. Siliconengel is de meer vloeibare vorm van siliconen. Het veroorzaakt geen ‘rare’ ziektes zelfs als de gel los in het lichaam komt.

Andere vullingmaterialen zijn nog experimenteel.

De meeste prothesen zijn rond. Er zijn ook anatomisch gevormde prothesen. Deze zijn enkel in zeer specifieke gevallen aangewezen.

Littekens en complicaties

De plaats en de lengte van de littekens zijn afhankelijk van de gekozen toegangsweg en de soort prothese. De littekens zijn 2 tot 6 cm lang. De wonden worden zo nauwkeurig mogelijk gesloten. Hierdoor zal een optimaal litteken ontstaan, dit is echter van patiënte tot patiënte verschillend, afhankelijk van het huidtype.

Zoals bij elke ingreep kan er een bloeding of een infectie optreden. De kansen hierop zijn echter zeer klein. Rondom de prothese maakt het lichaam steeds een littekenvlies. Dit vlies kan soms spontaan krimpen. Als dit gebeurt komt de prothese onder spanning te staan wordt ze boller en voelt harder aan (kapselcontractuur).

Pijn en nabehandeling

De ingreep waarbij de prothese onder de borstspier geplaatst wordt is over het algemeen pijnlijker dan deze waarbij de prothese onder de borstklier geplaatst wordt. Het kan zijn dat er blauwe plekken (bloeduitstorting) zichtbaar worden na enkele dagen, onderaan de borsten. Ze verdwijnen echter spoedig.

Na de operatie wordt een licht drukkend verband aangelegd. Als dit verwijderd wordt moet de patiënte gedurende 4 weken dag en nacht een stevige beha dragen.
Afhankelijk van het soort operatie mag de patiënte 2 tot 6 weken na de ingreep geen zware dingen tillen of hevige sporten beoefenen.

De ingreep gebeurt meestal in het kader van daghospitalisatie.

Kosten

Zelfs als een patiënte duidelijk onderontwikkelde borsten heeft en er psychisch onder lijdt, zal het ziekenfonds of de verzekeringsinstelling niets van de correctie vergoeden.

De patiënte zal dus altijd de totale kosten zélf moeten dragen.